Waarvoor is de dokter? (2)

Levensgeluk is belangrijker dan langere levensduur

Regelmatig wordt iemand van ver in de 90 opgenomen in het ziekenhuis vanwege een infectie en uitdroging. In de praktijk betekent het dat iemand uren verward op de eerste hulp wacht op een ziekenhuisbed. In de verwarring trekt die persoon vaak het infuus eruit. Dan wordt de arm vastgebonden, want het infuus is noodzakelijk om het vochttekort aan te vullen en antibiotica toe te voegen. Veel kwetsbare ouderen overlijden in het ziekenhuis of in de weken na een opname in het ziekenhuis.

Aan het eind van het leven is het de vraag hoe ver je gaat om het lichamelijke evenwicht te herstellen en ziektes proberen op te lossen. Soms past palliatieve zorg thuis dan veel beter. Dat iemand “mag” overlijden. Dat de aandacht ligt bij het betrekken van familie, huisarts en thuiszorg, bij een rustig sterfbed in plaats van bij een onrustige (ongelukkige) levensverlening.

Het is belangrijk om goede afspraken te maken voor er een acute opname-situatie speelt, want geen enkele weekendarts of ambulancebroeder zal in een noodsituatie de verantwoordelijkheid nemen om iemand niet naar het ziekenhuis te sturen. Dat noemen wij artsen advanced-care planning.

Dit gaat dus veel verder dan het nadenken over wel of niet reanimeren bij een hartstilstand.

Operaties en ziekenhuisopnames worden verheerlijkt

De dokter heeft een duidelijke rol voor ouderen en kwetsbare mensen, en toch schieten we als dokters vreselijk tekort. Wij moeten verder denken en kijken dan het medische domein. Maar in ons gezondheidssysteem, hebben dokters leren denken in directe oplossingen voor directe problemen. En als het thuis niet meer opgelost kan worden wordt iemand ingestuurd naar het ziekenhuis. En in het ziekenhuis worden dan gebroken botten aan elkaar gezet, wordt met een infuus vocht en zoutbalans hersteld, krijgt het hart een grote medicamenteuze oppepper, en kanker en infecties een medicamenteuze dreun.

Ondertussen zien we wel dat veel ouderen ondervoed het ziekenhuis binnenkomen en dat veel ouderen in het ziekenhuis of in de maanden na opname alsnog overlijden.

Alsof we niet kunnen accepteren dat sterven hoort bij het leven van ouderen.

Ouderengeluk

Vorige maand was ik, specialist ouderengeneeskunde, bij een 87-jarige man. Hij vertelde trots dat de gemeente een trouwfoto van hem en zijn vrouw had gebruikt voor een affiche. “Ik woon hier al 40 jaar. Vroeger was hier nog een polder en voer ik met een bootje vol kaas.” De man komt nu zijn stoel voor het raam niet meer uit. Hij heeft thuiszorg en zijn kinderen komen elke dag langs. Hij valt af en zijn “zithouding” is niet zoals het hoort en slecht voor de huid, het geheugen hapert en hij is snel verward. Hij wil geen 100 worden, maar op zijn gezicht staat een glimlach. Hij is hier gelukkig. Blij in zijn eigen huis.

In een gesprek met familie en thuiszorg is besproken dat hij thuis mag blijven. Ook als hij valt en zijn heup breekt of een delier krijgt door vochttekort. Dus geen opnames, geen bijvoeding, maar goede zorg en begeleiding tot aan een huiselijke dood. Waarbij het grootste gevaar is dat een hulpverlener of bezoek straks toch in paniek raakt en hem naar het ziekenhuis stuurt. Op de voorkant van de zorg-map staat daarom in dikke zwarte letters: niet 112 bellen, eerst familie en huisarts spreken.

Een mooi besluit, passend bij het leven en de wensen van deze man.

Foto: Larry Crowe / AP