Interview met Annetje in Lupacompany

Mijn insteek als arts is kwaliteit van leven voor ouderen. Daarbij is een diagnose belangrijk en het in stand houden van iemands eigenwaarde nóg belangrijker.

[dit artikel verscheen eerder op artlupa.com]

Annetje Bootsma (1968) is specialist ouderengeneeskunde en gepromoveerd in de geriatrie over factoren van succesvol ouder worden. Annetje heeft een lange ervaringsweg afgelegd en zich verdiept in ouderen-welzijn. De hiaten, die zij bij de ouderenzorg tegenkwam, is zij gaan aanpakken. Een verhaal over een geriatrische arts, die haar eigen weg gaat en daar ook veel in heeft bereikt. Een hoopvol en boeiend verhaal over een liefdevol gang in de geriatrie en over het behoud van eigenwaarde van (demente) ouderen.

WAT IS JOUW ACHTERGROND?

‘Ik heb geneeskunde gestudeerd en tijdens mijn studie twijfelde ik tussen geriatrie, chirurgie of oogheelkunde. Uiteindelijk heb ik toch voor geriatrie gekozen en heb een tijdje in een ziekenhuis in Leiden gewerkt voor een onderzoek naar factoren over succesvol ouder worden. Dat vond ik zo ontzettend leuk, dat het helemaal uit de hand is gelopen, in de zin van dat ik dacht dat het maar een jaar werk was, maar dat werd een serieus promotieonderzoek met de Leiden 85+ studie. Rudi Westerdorp (bekend hoogleraar ouderengeneeskunde en auteur) was mijn promotor en mentor en in dat onderzoek zijn we ook gaan samenwerken met medische antropologen.’

HOE KWAM JE ERBIJ OM VOOR JE PROMOTIEONDERZOEK OOK MET ANTROPOLOGEN TE GAAN SAMENWERKEN?

‘We keken al heel erg vanuit een breed sociaal-gerontologisch perspectief. Dat zij erbij betrokken werden, was een logisch gevolg. Die samenwerking vond ik superleuk en inspirerend.Eerst wilde ik klinisch geriater worden. Maar de academische collega’s raadden mij toen aan om internist-geriater te gaan worden, omdat je dan een sterkere positie hebt. Ik ben daarna ook de interne geneeskundeopleiding gaan doen, maar dat vond ik vreselijk. Dat was een nachtmerrie, mede omdat ik te lang uit het ziekenhuisritme was en inmiddels een baby had en zwanger was van de 2e. Na anderhalf jaar ben ik gestopt. Ik dacht: ik kan beter een goede verpleeghuisarts worden, dan een matige internist. Zo ben ik als eerste fase in mijn carrière verpleeghuisarts geworden.’

WAAROM BEN JE TOCH GEEN INTERNIST GEWORDEN, HOEWEL JE ERVOOR STOND OM DAT TE GAAN DOEN?

‘De reden is het hele ziekenhuisgebeuren. De visie is om elke ziekte of afwijking te willen oplossen. Als iemand overlijdt, dan heb je als arts gefaald. Ik was veel te veel bezig met dat er niets mis mocht gaan. In het verpleegtehuis accepteer je het sterven en gebreken en zoek je naar mogelijkheden dat de laatste levensfase zo goed mogelijk verloopt. Veel positievere en socialere benadering, die veel breder is dan het medische. Dat was wat mij zo aansprak en dat is de reden dat ik daarvoor gekozen heb.’

DAT WAS IN EERSTE INSTANTIE NOG IN LOONDIENST?

‘Ja, eerst in een verpleegtehuis als verpleegarts. Maar de beweging, de snelheid en het onderzoek, dat riep me nog en ben op een gegeven moment naar de GGZ overgestapt. Daar heb ik de ambulante zorg leren kennen. Bij ouderen in de thuissituatie werken. Prachtig, helemaal mijn stiel. Alleen kwamen daar op een goed moment bij de GGZ allerlei interne veranderingen. De ouderengeneeskunde kwam op een zijspoor. Zo’n GGZ-instelling kent allerlei lagen en belangen en wij moesten ons dossier aanpassen aan die van jonge mensen. Er werden wel plannen gemaakt, maar die zijn niet doorgegaan. Dat was de aanleiding en het moment, dat ik besloot voor mijzelf te gaan beginnen. Ik was toen ruim veertig jaar.’

DAARNA WERD JE ZELFSTANDIG, HOE VERLIEP DAT VOOR JOU VERDER?

‘Zo had ik altijd al wel een ondernemersgedachte gehad. Bij de GGZ was ik duaal-manager en was het idee om onze poli in Osdorp zelfstandig te maken. Om een soort ouderen-poli te op te starten en daar had ik toen ook plannen voor gemaakt. Ik had ook met Linda Bijl (destijds oprichter en directeur Opvoedpoli) gesproken. Zij is een ondernemer pur sang, maar óók met een visie en manier voor werken. Ze kijkt vanuit zowel de psychische als sociale kant en werkt systeemgericht. Deze werkwijze sprak mij heel erg aan. Kleine poli’s, die flexibel werken in plaats van ingewikkelde organisaties. Eerst wilde ik de overstap maken naar de opvoedpoli, maar het bedrijf van Linda Bijl zat toen in zwaar weer en ik besloot op dat moment dat ik gewoon helemaal voor mijzelf wilde beginnen.’

HET IDEE WAS ROND, MAAR KON JE GELIJK WEL AAN WERK KOMEN?

‘Wat meespeelde was dat er in die tijd volop werk als ZZP-er was om ingehuurd te worden bij verpleegtehuizen als verpleegarts. Ook voor werk in de wijk i bij kwetsbare ouderen die zelfstandig woonden. Dat ambulante werk was nog helemaal niet goed geregeld.’

IS HET JE GELUKT OM MEER DE WIJK IN TE GAAN, ZOALS JE IDEE WAS?

‘Mijn eerste opdrachtgever was Cordaan. Ik zorgde voor mijn eigen werk en had een constructie gemaakt waarbij ik de uren, die gedeclareerd konden worden bij het zorgkantoor mocht factureren bij Cordaan. De rest van het werk investeerde ik er zelf omheen om contacten te maken, om overal naar toe te fietsen en in al dat werk wat er nog meer omheen zit. In de eerste maanden had ik daar enorm veel verlies op, maar in de latere maanden kon ik steeds meer uit mijn bedrijfje halen. Het was alleen een hele fragiele positie en ik heb daar ook maar anderhalf jaar als zelfstandige gewerkt.’

WAAROM WAS HET EEN HELE FRAGIELE POSITIE? BIJ CORDAAN?

‘De opdrachtgever kan zomaar de samenwerking met je opzeggen, omdat zij dan opeens besluiten het werk door hun eigen artsen te laten doen, bijvoorbeeld. Er zat op dat moment bedrijfsmatig geen bestendige toekomst in. Ook wilde ik sowieso holistischer werken en meer werken op verzoek van cliënten zelf in plaats van op verwijzing van de huisarts. Ik ben toen ook echt particuliere consulten gaan doen rond dementie.’

HOE HEB JE DIT OPGELOST?

‘Ik hield lezingen op allerlei locaties en maakte mijn eigen lesprogramma’s over succesvol ouder worden. Ik had mij daar heel goed in verdiept. Ik ben ook veel les gaan geven. Ook heb ik veel geïnvesteerd in het schrijven van blogs. Mensen vonden mij steeds vaker voor een vraag over dementie of levenseindevragen. Maar ook waren er mensen, die via internet of google bij mij terecht kwamen met hun vragen. Je hebt echt tijd nodig om te investeren in je bedrijf.’

WAT MOEST JIJ ALLEMAAL INVESTEREN IN JE PRAKTIJK?

‘Je moet investeren in een website, nieuwsbrief, acquisitie en vooral in een netwerk. De eerste periode wilde ik een nieuw soort ouderengeneeskunde aanboren, met nieuwe hulpvragen en acquisitie. Ik heb mij toen heel erg verdiept, wat ouderen echt bezighoudt, dus verder kijken dan alleen naar de geneeskunde. Wonen en je autonomie behouden is bijvoorbeeld heel belangrijk. Dat onderzoeken en bij blijven via social media heeft mij heel veel verder geholpen en ik ging daardoor nog breder kijken. En wat ook een mooi verschil is als je als eigen ondernemer werkt, is dat je dan direct moet zorgen voor tevredenheid van de klant. Want in de ouderengeneeskunde en in de GGZ vroeg ik mij vaak af, wie ís mijn eigenlijke klant?’

BEGRIJP IK, DAT JE SOMS NIET EENS PRECIES WIST, WIE JE FEITELIJKE KLANT WAS. WAT BEDOEL JE DAARMEE?

‘Het was zo dat je bij de GGZ bijvoorbeeld een verwijzing van de huisarts krijgt, voor de patiënt die je moet beoordelen of er sprake is van dementie en wat er mogelijk is qua behandeling bij probleemgedrag. Dan komt direct de vraag voor mij, wie is mijn klant? Is dat de huisarts, of de zorgverzekeraar, die het uiteindelijk allemaal betaalt, of de patiënt zelf of is het een familielid, die er naast staat en overspannen is van de situatie of is het de thuiszorg, die ondersteuning wil geven. Dat is echt ongelooflijk ingewikkeld, maar als je ondernemer bent en je wordt gebeld door een familielid, dan is dát voor mij de klant. Ik heb daardoor een heel ander klantbeeld gekregen, dan toen ik nog in de zorginstellingen werkte.’

WAT VIEL JOU OP BIJ HET VERDIEPEN IN DE HUIDIGE OUDERENZORG?

‘Wat ik leerde, was dat de zorginstellingen heel erg vanuit een aanbod denken. Dat doen zowel de gemeenten als gewone bedrijven. Ze zijn erg gericht op hun grootste doelgroep, diegenen die zelf niet meer geld kunnen bijdragen. Sociale huur, zorg vanuit WMO of zorgverzekering. Dat is ook de signatuur van onze verzorgingsstaat. Er bleek bedroevend weinig hulp te zijn voor de middenklasse, een tussenmaat is er eigenlijk niet. En daar zitten heel veel mensen mee, zij zoeken een weg voor hun ouders. Het is echt een doolhof als je wil kunnen kiezen in welke zorg je wil. Je hebt niet veel keus als het gaat om thuiszorg, huishoudelijke hulp of financiële ondersteuning. Juist al die dingen die belangrijk zijn om je eigenwaarde en eigen regie over je leven te houden. Daar was opvallend weinig aanbod in, inmiddels is er meer, maar het blijft lastig de juiste hulp te vinden. Mijn insteek als arts is kwaliteit van leven, de juiste hulp vinden is daarbij heel belangrijk. Keuzevrijheid helpt bij het behouden van je eigenwaarde. Dat is echt een nieuwe markt.’

HOE ZIE JIJ DAT VOOR JE, ALS ARTS, OM EIGENWAARDE TE BEHOUDEN BIJ OUDEREN?

‘Bijvoorbeeld als iemand niet meer zijn eigen geldzaken kan regelen, dan wordt er vaak bewindvoering aangevraagd. Dat betekent dat iemand anders het helemaal overneemt. Maar in een gewone situatie, als ik mijn geldzaken niet goed kan regelen omdat ik bijvoorbeeld alleen maar een chaoot ben, dan neem ik een boekhouder, maar dan houd ik eigen beheer. De boekhouder helpt mij alleen. Zo is het ook heel veel bij ouderen. Daar zijn vaak wel midden oplossingen voor, maar hoe organiseer je dat, zonder in niet al te dure prijzen te vallen en hoe verleid je ouderen hulp te accepteren?’

HOE ZAG JIJ JE INVULLING VAN JE EIGEN BEDRIJF IN DE OUDERENZORG?

‘Ik richtte mij vooral op het psychische, cognitieve en sociale onderzoek van iemand en op het begrijpen van de medische en psycho-sociale voorgeschiedenis en het medicatiegebruik. Het lichamelijke onderzoek deed ik minimaal, tenzij er reden voor was dit uitgebreider te doen. Lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek kan ook de huisarts doen. Ik wil weten wat iemands behoefte is, verlangen en hoe zij hun laatste deel van hun leven willen inrichten. Advanced care, die verder gaat dan de vraag of je wel of geen reanimatie wil.Toen ik met dergelijke ‘sociaal geriatrische assessments bezig was vanuit mijn eigen praktijk, liep ik al heel snel er tegenaan dat het voor de meeste mensen veel te duur is. Buiten het verpleeghuis werd het niet vergoed door de zorgverzekeraar. In 2016 veranderde overigens dat.’

WAT VERANDERDE ER PRECIES IN 2016 AAN REGELS?

In 2016 kwam er de mogelijkheid als specialist ouderengeneeskunde om ook buiten het dienstverband van een verpleegtehuis huisbezoeken en sociaal geriatrisch onderzoek te doen. Je moest dan wel een WTZI-erkende zorginstelling (Wet Toelating ZorgInstellingen) zijn met een Raad van Toezicht, Raad van Bestuur, e.d. In die tijd kwamen ook de privacy-verplichtingen ten aanzien van dossiervoering en praktijkvoering. Daar kwamen zoveel obstakels bij kijken, dat ik dacht als ik dat allemaal zelf moet gaan doen met mijn ouderenpraktijk, dan houd ik geen tijd meer over voor het echte werk. In die tijd ben ik opnieuw naar Linda Bijl gestapt.’

WAAROM BEN JE TOEN OPNIEUW NAAR LINDA BIJL GESTAPT?

‘Linda Bijl had inmiddels een ander bedrijf opgestart voor jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg Family Supporters. Ik ben toen eerst als zzp-er bij haar gaan werken en heb zelf heel veel tijd geïnvesteerd in het bedrijf. Daarna ben ik steeds meer in loondienst bij haar gaan werken. Van 2016 tot 2018 was de tak ouderendienstverlening van Family Supporters eigenlijk mijn oude toko binnen het bedrijf. Vanaf 2019 is het veel meer geïntegreerd in het geheel en was het een onderdeel van de dienstverlening van 0-100 bij Familysupporters. Bij Family Supporters kreeg ik alle vrijheid om te ondernemen. Ik combineerde mijn eigen ouderenpraktijk met losse opdrachten, lesgeven, netwerken en acquisitie doen met het werk bij Family Supporters. Ik was binnen de ouderengeneeskunde daar heel vooruitstrevend mee, met o.a. blogs en het me richten op succesvol ouder worden en me niet alleen te richten op de allerkwetsbaarsten. Zo ben ik van ondernemer-pionier wel een pionier gebleven. Alleen nu binnen een grote onderneming met inmiddels voor de ouderendienstverlening zo’n 10 tot 15 collega’s.’

WAAROM BEN JE VAN EEN VRIJE ONDERNEMER TOCH OOK WEER IN LOONDIENST GEGAAN BIJ FAMILY SUPPORTERS?

‘Ik kon een stap terug doen van al die ondernemende zaken, het netwerk, de procedures en al dat soort dingen. Ik kan mij nu bewust alleen nog bezig houden met de inhoud van mijn werk. Ik doe nog wel zoveel uur met beleid mee, maar het werk wordt nu heel duidelijk voor de rest gescheiden. Ik hoop zelfs eigenlijk dat alle organisatorische zaken van mij af zijn, zodat ik weer voldoende inspiratie en ruimte krijg om weer blogs te gaan schrijven. Ik heb drie jaar lang zo hard moeten werken om alle ballen in de lucht te houden, dat wat ik werkelijk wil doen erbij inschoot. Want je groei van een praktijk als in mijn branche zit voornamelijk in je eigen productie. Dat maakt dat de groei ook heel beperkt is, alleen je eigen werkuren tellen. Zeker ook omdat het gaat om medische diensten, waar de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) erg aan de orde is en dat je voor elke patiënt een dossier moet aanmaken. Dan wordt het wel heel ingewikkeld om dat allemaal zelf te doen. Je ziet bij collega’s met eigen ouderengeneeskunde-bedrijfjes, dat ze er bijna altijd nog een baan of opdrachten in een zorginstelling hebben of een onderwijsinstituut om te zorgen dat er voldoende inkomsten zijn.’

HOE WIL JIJ NU VERDER DEZE SITUATIE UITBOUWEN?

‘Ik wil eigenlijk mijn eigen ouderenpraktijk niet opgeven. Dat is mede een soort basisvoorziening voor mijzelf. Ook een groot bedrijf kan failliet gaan. Ik vind het nu echt fantastisch wat in Family Supporters is opgebouwd. Dat ga ik niet zomaar in de steek laten. Daar voel ik me echt wel loyaal en verplicht toe. Maar ik kan mij op een gegeven moment ook heel goed voorstellen als het bij Family Supporters goed loopt zonder mij, dat ik dán misschien weer een uitstap maak en weer met mijn eigen praktijk andere dingen erbij ga doen. Maar alleen als de klus ook klaar is. Voorlopig is die klus nog niet klaar.’

HOE ZAL JIJ JE VISIE WILLEN OMSCHRIJVEN, HOE JIJ IN DE OUDERENZORG STAAT?

‘Mijn visie is nog steeds gevormd in Leiden bij mijn studie over succesvol ouder worden en het dagelijks functioneren van 85+-ers. Dat succesvol ouder worden niet zit in een optelsom van geestelijk of lichamelijk functioneren, maar dat geestelijk en lichamelijk functioneren eigenlijk middelen zijn voor je sociale welzijn en je zingeving. Het gaat dus om je sociale welzijn en om het vinden van sociale zingeving. Zelfs als je 80 bent, is het zinvol om een soort plan te maken over het leven. Misschien niet voor de komende 10 jaar, maar voor het komende jaar. Je eigen plan trekken is gewoon een heel belangrijk iets voor je gevoel van eigenwaarde.’

IS DAT NIET HEEL MOEILIJK OM EEN PLAN TE TREKKEN VOOR OUDEREN?

‘Ja, als je ouder wordt, wordt dat steeds moeilijker om je mindset zó in te stellen. Je kan tegen 85-jarigen nog zo zeggen, dat bewegen goed is of om een plan te maken, maar hun kringetje is vaak zo klein geworden, daar is soms heel moeilijk doorheen te komen. Ze gaan het echt niet zomaar doen.’

HOE KRIJG JE DAN TOCH GRIP OP DEZE SITUATIE?

‘Dat is dan weer heel mooi, wat je met anderen in een bedrijf als Family Supporters kan doen. Ik werk daar samen met verpleegkundigen en psychologen. Er zijn daar een aantal verpleegkundigen, die bij ouderen een ‘biografie als medicijn’, afnemen. Dat is een hele mooie vorm van een gesprek, waarbij iemand wel in zijn eigen stoel kan blijven zitten, maar waarbij je toch probeert de eigenwaarde te versterken. Zo kan iemand wel aan het hoofd van zijn eigen leven blijven zitten. Er wordt nu heel anders gedacht en gehandeld dan vroeger. Vroeger werd je als oudere gewoon weggezet, in mooie bejaardentehuizen, buiten de maatschappij, goed ‘verzorgd’. Nu is er een enorme emancipering van ouderen, 75 is helemaal nog niet zo oud meer. Mensen starten na hun 60e nog nieuwe carrières. Maar dat geldt niet voor iedereen. Een fabrieksarbeider is op zijn 60eecht toe aan pensioen. Iemand die zijn leven ongehuwd gebleven is staat anders in het leven dan iemand die al jong in dienst van een gezin heeft gewerkt. Het is dus heel belangrijk om een goede analyse te maken, wat er bij iemand speelt en hoe iemand met name geestelijk en sociaal kan functioneren. Dat te weten maakt wel heel veel uit voor de manier van benadering. Daar sta ik gewoon voor.’

ADVIES:

  • Investeer in je fysieke, sociale en financiële kapitaal voor je eigen ouderdom.
  • Investeer in je conditie en spierkracht, bouw reserves op
  • Investeer in een pensioenvoorziening,
  • Denk na over je plannen en wat heb je te bieden aan anderen
  • Maar vooral ook investeer op tijd in je netwerk, zoek mensen op uit andere generaties, waar voel je je thuis